SPEECH ERNEST VAN BUYNDER
Ik volg het oeuvre van Herman Plasmans al enkele decennia. En telkens weet hij te verrassen. In zijn tekeningen, schilderkunst, collages, fotografie en nu vandaag met textielkunst. Een expo onder een veelzeggend moto:” Vergeten verhalen – twaalf textielpanden – een biografie in draden”
De “draden” in textiel fungeren hier in zijn werk als materiële dragers – de weefsels – en als symbolische dragers van verhalen die hij figuurlijk in zijn werk verweeft. Zo slaat hij een brug tussen textieltechnieken en hedendaagse kunst.
Met deze tentoonstelling draagt de kunstenaar bij tot de herwaardering van textielkunst als een volwaardig artistiek medium. In deze expo brengt hij hulde aan 12 sterke vrouwen uit diverse sectoren : ik citeer er enkele : de schilderkunst met de Poolse Tamara de Lempicka, de literatuur met Marguerite Yourcenar, de film met Greta Garbo, de filosofie met Susan Sontag, de mode met Coco Chanel, het Duitse chanson met Marlène Dietrich. Zij hebben mede de 20ste eeuw vorm en inhoud gegeven.
De textielpanden van Herman Plasmans verkennen universele thema’s als de menselijke verhoudingen, macht en onmacht, politiek, spiritualiteit, sensualiteit en erotiek, en onze band met de natuur .
Door het medium textiel in te zetten voor actuele en existentiële reflecties over het leven verbreekt hij de vroegere heersende opvatting dat textielkunst een louter decoratieve functie zou hebben. Zijn textielpanden fungeren als hedendaagse allegorieën, die zowel esthetisch als inhoudelijk geladen zijn.
Hij verplaatst het medium “textielkunst” van de periferie naar het centrum van de hedendaagse kunst. Hij laat zich hierbij inspireren door topnamen uit de beeldende kunst : van Gustav Klimt, over Henri Matisse en Paul Klee over Louise Bourgeois, Niki de Saint-Phalle, Francis Bacon en Joseph Beuys tot Robert Rauschenberg.
Herman Plasmans’ werk getuigt van een uitgesproken sensibiliteit voor poëzie, lyriek en mysterie. Zijn vormentaal reikt van abstracte naar meer organische patronen. Hier gelden geen éénduidige interpretaties. Iedere toeschouwer kan het werk op zijn of haar manier interpreteren. Het nodigt uit tot traag en aandachtig kijken, en vorm van “slow art”. “Open kunstwerken” om de terminologie van Umberto Eco te gebruiken. Herman Plasmans’ kunst is een pleidooi voor een contemplatieve benadering van kunst. Hij laat ruimte voor interpretatie bij ieder van ons.

Als ik het werk zie “Textielpand 5 – Marlène Dietrich & Gustav Klimt” dan denk ik niet alleen aan de Duitse liederen en de Jugendstil-pracht in Wenen. Maar dan denk ik ook terug aan de kunstenaar Pol Mara en zijn echtgenote Maria, die goede vrienden waren van mijn echtgenote Pascale en mijzelf, en die we vaak ontmoetten in gezelschap van mevrouw Annie Stoclet. Pol Mara had met zijn een werk een kamer mogen inrichten in dat beroemde Maison Stoclet op de Tervurenlaan in Brussel, een hoogtepunt qua architectuur en binneninrichting van de Weense School, de Wiener Secession.
En met de Mara’s en Mevrouw Stoclet hebben we op een zaterdagnamiddag een glas champagne gedronken in de eetkamer met schitterende muurschilderingen van Gustav Klimt. Zeldzaam en onvergetelijk. En dit textielpand van Herman Plasmans brengt me dus terug in de tijd.
Beste kunstvrienden,
Ik hoop dat u ook kunt genieten van dit mooie werk en connecties kunt leggen via dit werk met persoonlijke ervaringen.
Ernest VAN BUYNDER, erevoorzitter MuHKA
Persartikel
JAN AUMAN, GVA, 23 FEBRUARI 2026
Voor Herman Plasmans (69), nochtans een geboren en getogen Wommelgemnaar, betekent zijn tentoonstelling in de kapel van gemeenschapscentrum ’t Gasthuis in Wijnegem in meerdere opzichten ‘back to the roots’.
“Mijn grootvader zaliger heeft lang gewoond in het pand op de Turnhoutsebaan waarin nu café De Sax zit. En hier wat verderop wonen nog altijd familieleden van me. Ik ken deze prachtige ruimte nog van toen hier een woonzorgcentrum gevestigd en in de kapel misvieringen plaatsvonden”, vertelt Herman Plasmans wanneer hij de mooie glasramen bewondert.
Vrouwen hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in het leven van de kunstnaar. “Misschien wel een te sterke rol”, verwijst de man openhartig naar de overbeschermende en zelfs dominante rol van zijn moeder en grootmoeder in zijn opvoeding. Het is pas na het overlijden van zijn moeder in 2001, dat Plasmans is beginnen schilderen. Kunst is voor hem altijd een beetje therapie gebleven.

Herman Plasmans bij het werk opgedragen aan Joan Schenkar (1942-2021), biografe en chroniqueur van queer levens en bewaarster van vergeten verhalen, net als de kunstenaar zelf. © Hugo Gerstmans
Pensioenverhalen
Rode draden in Plasmans’ oeuvre vormen sterke vrouwen en vergeten verhalen. “Eigenlijk tekende ik die al op toen ik jaren geleden als seniorenconsulent beroepshalve aan de slag was bij de lokale besturen van Schoten en Wommelgem”, graaft de kunstenaar in zijn eigen CV.
“In die tijd werden loopbanen nog niet nauwgezet elektronisch bijgehouden op My Pension. Het vergde soms lange gesprekken op mijn bureau of bij de mensen thuis om alle puzzelstukjes van wie met pensioen wilde gaan samen te leggen in de hoop dat dit zou resulteren in een zo hoog mogelijke uitkering. Bij die ontmoetingen, waarvoor ik uitgebreid de tijd nam, heb ik vaak met open mond en gefascineerd zitten luisteren naar wat medemensen allemaal meemaken in hun leven.”

Herman Plasmans: “Ze zeggen wel eens dat ik tegelijk een angsthaas én rebel ben. Daar is iets van.” © Hugo Gerstmans
Angsthaas maar ook rebel
Herman Plasmans is zelf een bijzondere persoonlijkheid. In zijn lange lichaam zitten zowel een angsthaas als een rebel die graag provoceert verborgen. Voor de kortlopende expo in ’t Gasthuis focust de man, die overigens al lang gelukkig samenleeft met partner Hedwig en meervoudig opa is, opnieuw op vrouwen van het sterke soort; schrijfsters, filmsterren, denkers en zangeressen.
“Ik heb geprobeerd ze te ontrafelen en vervolgens letterlijk met gekregen draden en lappen stof vanuit alle hoeken van de wereld opnieuw samen te stellen in een meerlagig geheel”, toont Plasmans zijn ode aan de Amerikaanse schrijfster Patricia Highsmith. Onder meer Ernest Van Buynder van de Vrienden van Het Museum voor Hedendaagse Kunst is fan.
Volgens hetzelfde procedé herleidde Plasmans ook Margueritte Yourcenar, Greta Garbo, Marlene Dietrich, Virginia Woolf en Coco Chanel tot stof. Die laatste modepionier fascineert de kunstenaar dusdanig dat hij er middag- of avondvullende lezingen over kan geven. “Zij heeft de vrouw bevrijd van haar korset”, spreekt Plasmans met eerbied.

Margueritte Yourcenar (1903-1987), met wie Herman Palsmans correspondeerde. © IF
Correspondentie
Met sommige van zijn ‘onderwerpen’ werd de band persoonlijk. Zo toont de kunstenaar de in de catalogus van deze tentoonstelling opgenomen handgeschreven correspondentie van hem met onder meer Margueritte Yourcenar en May Sarton een Amerikaanse dichter en feministe. Het wederzijds respect is groot.
Een extra dimensie – al is het misschien eerder een gimmick – vormt de oefening die Herman Plasmans maakte door elke ‘biografie in draden’ door Chat GPT te laten vergelijken met abstracte werken van gerenommeerde collega’s. Zo blijkt het reeds aangehaalde eerbetoon aan Patricia Highsmith dezelfde dramatische expressie en verwrongen aanwezigheid uit te stralen als de werken van Francis Bacon.
Niet slecht als referentie.

Herman Plasmans: “Dit textielpand geeft traditie, moderniteit en het facet van de wereldreiziger Margeuerite Yourcenar weer. De stof komt uit Lyon (Fr) maar ook uit het Midden-Osoten. © Hugo Gerstmans